D66 wil dat er een verbod komt op de verkoop van onveilige Internet of Things-apparaten, zo heeft de partij vandaag op de eigen website bekendgemaakt. Volgens de partij hebben IoT-apparaten allerlei voordelen, maar zijn er ook risico’s, zoals diefstal van data en aanvallen waarbij het apparaat wordt overgenomen.

Daarom heeft D66 vandaag een initiatiefnota gepresenteerd waarin wordt gepleit voor een verkoopverbod op apparaten die niet veilig op het internet zijn aangesloten (pdf). “Apparaten moeten brandveilig zijn, anders mogen ze niet worden verkocht. Maar een internetcamera die je in de kinderkamer hangt, wordt niet gecontroleerd op internetveiligheid. Veel mensen zijn zich er niet van bewust dat bij sommige camera’s iedereen via internet mee kan kijken. D66 wil dat mensen veilig gebruik kunnen maken van hun apparaten die op internet zijn aangesloten. Apparaten die makkelijk te hacken zijn, mogen niet meer worden verkocht”, zegt D66-Kamerlid Kees Verhoeven.

Apparaten die op internet zijn aangesloten moeten wat D66 betreft aan minimumveiligheidseisen voldoen. Dan gaat het bijvoorbeeld om standaarden voor de versleuteling van gegevens, eisen aan het standaardwachtwoord, het doorvoeren van software-updates en duidelijke handleidingen voor de gebruikers. “Mensen bewaren steeds vaker thuis op hun netwerk foto’s van intieme momenten met hun vriend of vriendin of bankgegevens. Sommige van deze opslagapparaten hebben ‘welkom01’ als standaardwachtwoord of hebben zelfs helemaal geen wachtwoord. Of er zitten beveiligingsfouten in de software die de fabrikant wel kent, maar hij weigert deze gaten te dichten. Dat betekent dat het kinderlijk eenvoudig is om die gegevens te stelen. D66 wil deze consumenten beschermen. Er mag alleen veilige apparatuur worden verkocht”, laat Verhoeven weten.

In de Verenigde Staten zijn bedrijven al verplicht de veiligheidskenmerken van apparaten te melden aan de toezichterhouder, de FCC. D66 wil dat apparaten die nu al voldoen aan deze veiligheidseisen in Nederland een veiligheidskeurmerk krijgen. Daarmee kunnen consumenten in één oogopslag zien of een apparaat veilig is of niet. Uiteindelijk moeten deze veiligheidseisen niet alleen voor Nederland maar voor heel Europa geregeld worden. Voldoet een apparaat niet aan deze standaarden, dan mag het niet verkocht worden. “Bedrijven moeten weten dat het menens is. Nederland en Europa liggen nu achter met de internetveiligheid. Dat moet snel veranderen”, besluit Verhoeven.

Bron.

Share This